; Joodse gemeenschap | Struikelstenen

De Joodse gemeenschap in Eindhoven & het synagoge monument

Inleiding

Vanaf 2009 zijn in Eindhoven 23 struikelstenen bij de begraafplaats van de Grote Beek en 243 bij woningen in de stad geplaatst. Dit ter herdenking van de joodse slachtoffers die bij het begin van de tweede wereldoorlog hier woonden. Als afsluiting van dit project willen wij op de plaats van de vroegere synagoge een sober monument plaatsen. In de bestrating zal het contour van het gebouw worden aangebracht. Tevens zullen er aan de Kerkstraat zijde en de terraszijde fotostenen worden geplaatst met toelichtende tekst. Hiermee wordt een belangrijk onderdeel van de cultuurhistorie van Eindhoven, dat compleet uit het stadsbeeld is verdwenen, weer zichtbaar gemaakt.

De Joodse gemeenschap in Eindhoven

In de achttiende eeuw vestigden zich Joden, wanneer het maar enigszins mogelijk was, langs de handelswegen of in belangrijke marktplaatsen. Eindhoven was zo’n plaats gelegen aan de straatweg ’s-Hertogenbosch – Hasselt – Luik, met een wekelijkse markt en een aantal jaarmarkten. Maar het was joden tot 1800 niet toegestaan zich in Eindhoven te vestigen. Zij mochten alleen overdag in Eindhoven aanwezig zijn. Dit was gebaseerd op de stadsverordening uit 1731, gericht tegen vreemdelingen maar die vooral tegen joden werd toegepast. Daarom zochten zij noodgedwongen een woonplaats in de dorpen rond Eindhoven (Woensel, Strijp, Gestel, Stratum, Tongelre en ook Helmond) In Helmond en Tongelre ontstonden huissynagoges en Joodse begraafplaatsen. In Woensel wordt in 1747 een Joodse begraafplaats aangelegd.
In 1772 wordt het stadsbestuur van Eindhoven door de Raad van Prins Willem V gesommeerd Joden toe te laten en ze niet langer te discrimineren. Toch worden de Joodse inwoners van Eindhoven, tot aan de burgerlijke gelijkstelling in 1796, nog talrijke belemmeringen in de weg gelegd. Vanaf 1800 begon zich in Eindhoven een kleine Joodse gemeenschap te vormen. Leven en wonen tussen een overweldigende katholieke meerderheid was niet altijd zonder problemen. Echter met het verstrijken van de jaren werd de Joodse gemeenschap getolereerd en meer en meer geaccepteerd. Door succesvol ondernemerschap en de ontwikkeling van de industrie, groeide de Joodse gemeenschap in de tweede helft van de negentiende eeuw uit tot een bloeiende en welvarende gemeenschap. Tot in de twintigste eeuw bleef de Joodse gemeente van Eindhoven een kleine vesting van Joodse kennis en traditie. Ze hebben een niet onbelangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van de stad. Omstreeks 1930 leefde in Eindhoven de grootste Joodse gemeenschap van de provincie Noord-Brabant.

De rond 1800 in Eindhoven wonende Joden kwamen vooral uit de streek tussen Keulen en Krefeld en uit de omgeving van Bad Kreuznach in de Pfalts. In 1808 woonden er 100 Joden in Eindhoven en 22 in de omliggende plaatsen. Rond 1900 woonden er 320 Joden in Eindhoven en ongeveer 60 in de omliggende plaatsen.

De Joden in Eindhoven zijn aanvankelijk werkzaam als slagers, veehandelaars, winkeliers en venters. Rond de eeuwwisseling is een aantal Joodse families, waaronder de stoffenfabrikant Elias, belangrijk voor de industriële ontwikkeling van de stad.

In de jaren dertig neemt Eindhoven een groot aantal Joodse vluchtelingen uit Duitsland op, waaronder veel kinderen. Het aantal Joden groeit tot 570 in 1940, In de Tweede Wereldoorlog worden 266 van de 570 Joden, die bij het uitbreken van de oorlog in Eindhoven woonden, in voornamelijk Auschwitz en Sobibor vermoord. Hiervan waren 23 slachtoffers patiënten van het Rijks Krankzinnigengesticht aan de Boschdijk. Tijdens de oorlog hebben zich nog 339 Joden in Eindhoven gevestigd, vooral uit andere plaatsen in Nederland, om bij familie hier te komen wonen. Van deze groep zijn er 66 vermoord. In totaal is 36 procent van de Joodse inwoners vermoord. Van de grote steden in Nederland zijn Eindhoven en Tilburg daarmee de steden met het laagste percentage slachtoffers. Velen zijn gered doordat zij een goede band met de nietjoodse inwoners hadden en via onderduik de oorlog hebben overleefd. Ook zouden de Duiters in Eindhoven niet zo fanatiek zijn geweest in het opsporen en arresteren van de Joden die niet reageerden op hun oproep voor transport naar Westerbork of Vught. Zo zijn er geen aanwijzingen gevonden van grootschalige razzia’s, zoals die in andere steden hebben plaatsgevonden. Hoewel Philips haar Joodse medewerkers beschermde bij het Philips Kommando in Vught, zijn ook van deze groep alsnog 39 personen omgekomen. Vooral bij de hongermarsen na de ontruiming van de kampen in Polen in 1945 waar ze op 3 juni 1944 naartoe waren getransporteerd.

De na de oorlog uit kampen en onderduik in Eindhoven teruggekeerde Joden voelden zich over het algemeen niet welkom. Velen zijn daarom binnen enkele jaren geëmigreerd, vooral naar Israël.

Synagoge

Ondanks alle tegenwerking slaagden enkele Joden er in om in 1781 in Eindhoven een huis in de Kerkstraat te kopen en het zodanig te verbouwen dat het gebruikt kon worden als synagoge. In 1808 werd de synagoge door 90 mensen bezocht, waarvan er 83 in Eindhoven, 5 in Woensel en 2 in Stratum woonden. De synagoge werd te klein, maar dankzij een gift van koning Lodewijk Napoleon kon men de bestaande synagoge afbreken en een nieuwe bouwen. Deze werd in 1810 in gebruik genomen.

In 1851 kocht het kerkbestuur 3 woningen grenzend aan de synagoge. De Joodse gemeente was zodanig gegroeid dat in 1861 werd besloten tot de bouw van een nieuwe synagoge. Men was echter bang dat hiervoor geen toestemming zou worden verkregen. De rooms katholieke kerk was inmiddels afgebroken en op de hoek van de Kerkstaat en de Rechtestraat werd een grote nieuwe Catharinakerk gebouwd met een zijingang aan de Kerkstraat recht tegenover de huidige synagoge. Men maakte zich zorgen dat de diensten in de synagoge verstoord zouden worden door het orgelspel in de Catharinakerk. Maar in 1864 werd in de raadsvergadering, zonder veel discussie, de aanvraag goedgekeurd. In Eindhoven waren de rooms katholieke Kerk en de synagoge van oudsher al zeer dicht bij elkaar gelegen en beide gebouwen werden opnieuw opgebouwd. Er zijn geen archiefstukken gevonden waarin het rooms katholieke bestuur bezwaar maakte tegen de nabijheid van de synagoge.

De synagoge zou worden gebouwd onder architectuur van Pierre Cuypers, die kort daarvoor ook de opdracht voor de Catharinakerk had ontvangen. De mogelijkheid bestaat dat het ontwerp uiteindelijk is gemaakt door Antonius Cornelis Bolsius, een medewerker van Cuypers.

Op 24 augustus 1866 werd de nieuwe synagoge ingewijd Van een uitbundige feestviering werd afgezien omdat er in de zomer van 1866 een ernstige cholera-epidemie woedde.

Daags na de bevrijding van Eindhoven werd door het Duitse bombardement van 19 september 1944 de synagoge zwaar beschadigd. In maart 1946 begonnen de herstelwerkzaamheden, waarna de synagoge op 22 mei 1947 weer in gebruik genomen werd.

In 1953 ontstond het plan om de Kerkstraat te verbreden om een doorgaande route te realiseren tussen de Paterskerk en de Grote Berg. Daarvoor moest de synagoge wijken.

In februari 1959 werd de synagoge zonder protesten van de Eindhovense inwoners gesloopt. De wegverbreding is echter nooit doorgegaan. Ongeveer 10 jaar later werd het oude stadhuis in de Rechtestraat gesloopt om een route van de Markt naar de Kleine Berg te realiseren. Hier was wel sprake van veel verzet van de inwoners. Ook dit doorbraak plan is nooit uitgevoerd. Op 17 november 1958 is de huidige synagoge, in twee woningen in de Hendrik Casimirstraat, in gebruik genomen.

Share This